|
Het ging mis op een dinsdag in februari, om tien over negen, net toen de eerste klant van die dag de deur van mijn zaak aan de Marktstraat openduwde. Etalage donker, kassa uit, de naaimachine in de werkplaats achterin stil. Voor de derde keer die winter. Ik verkoop gordijnstoffen en maak raambekleding op maat, in een pand dat al een paar eeuwen in de binnenstad van Bolsward staat, op loopafstand van het stadhuis en het Grootzand. Dikke muren, scheve vloeren en, zo leerde ik later, een elektrische installatie die uit lappen en stukken van verschillende decennia bestond. Storingen die je niet in je boekhouding zietEen stroomstoring stuurt geen factuur, dus lange tijd heb ik ze gewoon niet meegeteld. Even naar de meterkast, schakelaar omhoog, door. Maar als ik eerlijk terugreken, was ik die winter een paar ochtenden kwijt aan wachten, aan klanten die weer weggingen en aan een kassa die na elke herstart eerst een kwartier ging updaten. Dat merk je pas in maart, als de omzet tegenvalt en je niet precies weet waarom. Het patroon was steeds hetzelfde. De elektrische kachel in de werkplaats, de waterkoker en de strijkbout zaten met z’n allen op één groep. Meer groepen waren er simpelweg niet, want mijn kast stamde uit een tijd waarin een winkel een paar lampen en een radio had. Het briefje van de verzekeraarWat me uiteindelijk in beweging zette, was geen storing maar post. Bij de verlenging van mijn bedrijfsverzekering kwamen er vragen over de staat van de elektrische installatie en over de laatste keer dat die was geïnspecteerd. Ik moest het antwoord schuldig blijven. Een kennis met een café verderop vertelde me dat zijn verzekeraar na een klein brandje eerst wilde weten of zijn installatie in orde was, voordat er over geld werd gepraat. Dat bleef hangen. Bij een bedrijfspand ligt de verantwoordelijkheid voor een veilige installatie gewoon bij jou als eigenaar of gebruiker. Voor installaties in bedrijven bestaat de NEN 3140, de norm voor het veilig gebruiken en periodiek inspecteren ervan. Ik kende hem niet eens van naam. De rekening van een oud pandIk heb toen Elektricien Bolsward gevraagd om eens rustig te komen kijken. De monteur liep met een zaklamp door de kruipruimte en over de zolder en kwam terug met een verhaal dat ik niet graag hoorde. Draden met stoffen isolatie achter de lambrisering, delen zonder aarding, geen aardlekschakelaar op de groepen voor de werkplaats. Plus een zelf aangelegde aftakking van een vorige huurder, met een kroonsteentje dat bruin was verkleurd. Ook de energie kwam ter sprake. Boven de werktafel hingen nog TL-armaturen met ouderwetse voorschakelapparaten die zoemden en warm werden, en de etalage werd verlicht door halogeenspots die ik tot sluitingstijd liet branden. Losse TL-buizen zijn bovendien steeds lastiger te krijgen sinds de Europese regels daarvoor zijn aangescherpt. Dat alles vervangen door LED scheelt op een jaar meer dan ik had gedacht, al moet je het geen wondermiddel noemen. Waarom ik het niet langer liet liggenWe hebben het in twee fasen gedaan, zodat de winkel open kon blijven. Eerst een nieuwe groepenkast met voldoende groepen en aardlekbeveiliging, en een aparte groep voor de werkplaats. Daarna de oude leidingen, kamer voor kamer, waarbij de monteur goed oplette dat de oude balken en het stucwerk heel bleven. Wat het me opleverde, is lastig in één bedrag te vangen. Geen ochtenden meer bij de meterkast. Een verzekeraar met een ingevuld formulier. Een werkplaats waar de kachel en de strijkbout tegelijk aan kunnen. Toen ik de eindstand met Elektricien Bolsward doorliep, gaf ik eerlijk toe dat ik dit vijf jaar eerder had moeten doen. Wie ook een zaak in een oud pand heeft, zou ik aanraden het niet te laten aankomen op een dinsdagochtend in februari. |
Het ging mis op een dinsdag in februari, om tien over negen, net toen de eerste klant van die dag ...
Tags:
















