Het deskundigenoordeel en de WIA bij ziekte van uw werknemer

maart 31, 2017 Uit Door

Wanneer werknemer en werkgever een vraag of een meningsverschil hebben over de geschiktheid van het eigen werk, de geschiktheid voor passend werk of de re-integratie-inspanningen van werkgever of werknemer, dan is het niet de bedoeling dat de re-integratie daardoor stagneert. Wanneer partijen er niet uitkomen, dan kan bij UWV een deskundigenoordeel gevraagd worden.

Beoordeling UWV van de inspanningen

Indien het tot een aanvraag van WIA komt oordeelt UWV of de re-integratie-inspanningen in spoor 2 voldoende zijn geweest. Indien de inspanningen onvoldoende zijn geweest, zal werkgever verplicht worden het loon 52 weken langer door te betalen. In die periode zullen alsnog voldoende re-integratie-inspanningen gepleegd moeten worden, veelal wordt dan outplacement ingezet en wordt dit uitbesteed aan een outplacementbureau. Een WIA-beoordeling vindt dan niet plaats.
Ook is het mogelijk dat UWV de inspanningen van een werknemer onvoldoende vindt. In dat geval vindt er wel een WIA-beoordeling plaats, maar wordt er een korting op de uitkering toegepast of vindt er een weigering van de uitkering plaats.

De WIA-beoordeling

De WIA is een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor werknemers, dat wil zeggen die arbeidsongeschikt zijn geworden in loondienst.

Bij de beoordeling van het recht op WIA kijkt het UWV naar hetgeen een werknemer nog kan en wat hij daarmee kan verdienen. Het verschil in procenten tussen het loon in het eigen werk en hetgeen hij nog kan verdienen met ander werk (in de praktijk of in theorie, het hoogste bedrag telt) bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid voor de WIA. Voor het recht op WIA dient er een loonverschil van minimaal 35% te zijn.

Wanneer de mate van arbeidsongeschiktheid 80-100% bedraagt en dit naar verwachting duurzaam het geval is (de volledige en blijvend arbeidsongeschikte werknemer), dan bestaat er recht op een zogenaamde IVA uitkering.
De hoogte van de uitkering bedraagt 75% van het maandloon tot aan het 65e levensjaar. Het maandloon is gebaseerd op het dagloon, dat wordt gebaseerd op de verdiensten in het jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag.
Er is een maximum dagloon.

Wanneer de mate van arbeidsongeschiktheid 80-100% bedraagt, maar dat naar verwachting niet duurzaam zal zijn, dan bestaat er recht op een zogenaamde loongerelateerde uitkering (LGU). Op een loongerelateerde WGA uitkering bestaat ook recht wanneer de mate van arbeidsongeschiktheid tussen de 35-80% ligt.
De hoogte van de uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het maandloon, daarna 70%. Ook hier geldt een maximum dagloon.

Werknemers die een loongerelateerde WGA uitkering ontvangen worden geacht weer geheel of gedeeltelijk aan het werk te kunnen gaan. De uitkering is daarom beperkt in duur. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden en bedraagt minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden.
Wanneer na het verstrijken van de uitkeringsduur van de WGA geen of onvoldoende werk is gevonden, dan heeft dat consequenties voor de hoogte van de uitkering. De uitkering wordt dan een vervolguitkering (VVU), die een percentage bedraagt van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Wanneer er wél voldoende werk is gevonden of de mate van arbeidsongeschiktheid nog steeds 80-100% bedraagt, dan bestaat er recht op een zogenaamde loonaanvullingsuitkering (LAU). De hoogte van deze uitkering is maximaal 70% van het verschil tussen het maandloon en het nieuwe inkomen.

https://www.spoor2reintegratiespecialist.nl